Het is vandaag Koningsdag! Nederlandser dan dit krijg je het niet. Weten inmiddels ook vier van onze buitenlandse spelers. Zij volgen al sinds afgelopen zomer Nederlandse les. Wij schoven eerder dit jaar aan bij een – zo bleek achteraf – toepasselijke les over ziek zijn…

“Goedendag, Ger. Waar gaan we het vandaag over hebben?”, vraagt Nicolas Abdat in het Nederlands. De Duitse linksback volgt samen met de Franse Amerikaan Maël Corboz, de Zweed Adrian Edqvist en de Fransman Antoine Rabillard elke week taalles. Een verslag van de les met als thema: ziek zijn.

“Ziek? You mean fever”, vertelt Corboz. “Ben jij weleens ziek geweest?”, vraagt leraar Ger Wisselink aan iedere speler. Corboz, Edqvist en Abdat knikken instemmend. Rabillard antwoordt ontkennend. Iedereen lacht. Rabillard vraagt in het Frans aan Corboz wat er nou precies bedoeld wordt. “Avez-vous déjà eu la grippe?”, zegt Corboz. “Oh ja, dat heb ik weleens gehad”, zegt Rabillard. “Het is een gezellige groep, dat merk je aan alles”, vertelt Wisselink na afloop.

De Nederlandse taalles begint altijd met het oefenen van wat kleine woorden. Onderling wordt er veel gedold tussen de vier buitenlandse spelers en de leraar. Bijvoorbeeld als Edqvist het woordje nauseous (‘misselijk’) moet vertalen naar het Nederlands. “I get nauseous if I see you, Adrian”, probeert Corboz hem op weg te helpen, waarna de Zweedse buitenspeler in lachen uitbarst.

Tekst gaat verder onder foto.

(Foto: Kevin Hagens)

Edqvist heeft net als Rabillard een WeTransfer-bestand ontvangen om de uitspraak van het Nederlands beter te oefenen. Op de vraag van de leraar of het duo deze week opnieuw een WeTransfer-bestand wil ontvangen, antwoorden ze allebei instemmend. “Maar dan moet je wel beloven dat je het bestand daadwerkelijk opent, Adrian”, zegt de leraar vervolgens in het Engels. Wisselink neemt het Edqvist niet kwalijk dat hij het bestand niet heeft geopend. “Adrian doet er alles aan om het Nederlands onder de knie te krijgen. Hij is zelfs een keer bij mij thuis geweest om samen te eten. Toen hebben we onder meer het Jeugdjournaal gekeken, waarin wat minder vluchtig wordt gepraat dan bij andere tv-programma’s. Wel zo handig!”

Het tweede onderdeel van deze taalles is een invuloefening. In elke Nederlandse zin is één woord weggelaten; aan de leerlingen om het goede woord in te vullen. Even makkelijk gaat dat niet altijd. Als Antoine een fictieve ontsteking aan zijn tanden heeft, wil hij de EHBO bellen voor een afspraak. Gezamenlijk komen de spelers en de leraar tot de conclusie dat Antoine misschien beter de tandarts kan bellen. Maël heeft nog wel een nummer van een tandarts uit de buurt, want de middenvelder moet zelf na de les een bezoekje brengen aan de gebitsverzorger.

Tekst gaat verder onder foto.

(Foto: Kevin Hagens)

Net als alle Nederlanders gewend zijn van hun schooltijd, moeten ook Edqvist, Corboz, Rabillard en Abdat een presentatie verzorgen. Deze week is het aan Abdat en Corboz om een interview in het Nederlands te geven. Abdat redt zich prima in het Nederlands en als Corboz zegt dat FOX Sports hém weleens mag interviewen, is de Duitser duidelijk: “I need to play first, haha.” De les loopt bijna op z’n einde. Rabillard is nog druk aan het pennen en heeft thuis een A4-tje vol geschreven met Nederlandse woorden die hij moet onthouden.

Volgende week is er weer een nieuwe les voor Edqvist, Abdat, Rabillard en Corboz. Het onderwerp mogen ze zelf bepalen en unaniem besluiten ze dat ze volgende week graag het journaal willen kijken met de leraar. Vervolgens pakken ze alle vier – net als jaren geleden, toen ze nog op school zaten – hun tas in. Als Edqvist, Rabillard en Corboz het lokaal verlaten hebben, vraag Abdat nog even aan de leraar wanneer ze samen gaan golfen. De datum moet nog geprikt worden, maar één ding is duidelijk: als Abdat wil golfen met de leraar moet de Duitser de hele middag Nederlands praten. “Komt goed, ik praat dan Nederlands met je. Tot volgende week”, besluit Abdat in het Nederlands.

Tekst gaat verder onder foto.

(Foto: Kevin Hagens)

‘Nederlandse lessen zijn very motivating’

Maël Corboz: “De Nederlandse lessen van Ger zijn erg nuttig. Ik merk dat ik steeds beter Nederlands spreek, terwijl ik bijna alles al kan verstaan. Ik vind het goed dat de club Adrian, Nicolas, Antoine en mij de mogelijkheid biedt om deze lessen te volgen. Je voelt je ergens eerder thuis als je de taal spreekt.”

Adrian Edqvist: “Ik vind de lessen nog wel moeilijk. Gelukkig begrijp ik bijna alles in het Nederlands, maar het uitspreken van de Nederlandse woorden vind ik nog lastig. In Zweden is de uitspraak totaal anders. Maar stap voor stap kom ik er wel!”

Antoine Rabillard: “Net als Adrian vind ik de lessen nog wel lastig. Vanuit Frankrijk ben ik toch een andere uitspraak gewend. De Nederlandse jongens maken weleens grapjes over Adrian, Maël, Nicolas en mij in de kleedkamer. Eerder verstonden we dat niet. Nu wel. Gelukkig kunnen we nu ook in het Nederlands terug reageren, haha.”

Nicolas Abdat: “Deze lessen zijn ‘very motivating’. Ik vind dat we een leuke groep hebben en de leraar past prima bij ons. Ik probeer zoveel mogelijk Nederlands te praten, als ik op de club ben en ook als ik bijvoorbeeld boodschappen ga doen. Het gaat me steeds beter af.”

‘Feestje om les te geven aan deze groep’

Ger Wisselink is gepensioneerd docent van Hogeschool Saxion. Hij reisde – voor de coronacrisis – vanuit Bathmen elke week met plezier naar De Adelaarshorst: “Laat ik voorop stellen dat ik het ontzettend leuk vind om met deze groep te werken. Ook doordat ze er allemaal écht voor gaan. Het hoogtepunt tot nu toe is dat we samen een liedje van André Hazes zongen. Iedereen deed mee en we kwamen niet bij van het lachen. Je merkt wel dat Maël (‘een echte boekenwurm’) en Nicolas het Nederlands het best onder de knie hebben. Dat komt ook doordat ze al bekend zijn met de klanken en woordvormen doordat ze allebei Duits spreken. Antoine en Adrian hebben het vooral lastig met de uitspraak. Het is iedere week een feestje om les te geven aan deze groep”.

(Foto: Kevin Hagens)