Eerder vanavond heeft de Nederlandse regering bekend gemaakt dat de bestaande maatregelen om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen op zijn minst tot en met dinsdag 28 april 2020 van kracht blijven. Daarnaast werd duidelijk dat wedstrijden in het betaalde voetbal zonder publiek alsnog óók vallen onder de evenementenregeling die tot 1 juni 2020 van kracht is.

In reactie op het verlengen van de bestaande maatregelen traden Eric Gudde (KNVB), Mattijs Manders (ECV) en Marc Boele (CED) gezamenlijk met onderstaande reactie naar buiten:

“Voor het betaald voetbal betekent dit dat de competities niet binnen afzienbare termijn uitgespeeld kunnen worden. Morgen bespreekt de UEFA met alle aangesloten voetbalbonden de ontstane situaties in de hoogste nationale voetbalcompetities. De uitkomsten van die vergadering zijn voor ons van belang omdat we als Nederlands voetbal zo veel als mogelijk eenduidig op willen trekken met de andere competities in Europa, hoewel dat qua regelgeving een uitdaging zal betekenen.

Het betaald voetbal, verenigd in KNVB, ECV en CED, volgt zoals steeds strikt het beleid van overheid en RIVM. We beraden ons nu nader. Daarbij is het belang van de nationale gezondheid het uitgangspunt, inclusief die van onze voetballers, trainers en scheidsrechters. We gaan hoe dan ook pas voetballen als het volgens het RIVM veilig is. Gezondheid staat voorop, altijd en vooral nu.

Wij – KNVB, ECV en CED – beseffen dat het voorgoed afbreken van de noodgedwongen stopgezette betaaldvoetbalcompetities, door ons steeds als ‘scenario 3’ betiteld, ook een mogelijkheid lijkt. Niettemin proberen we daarnaast een weg voor onze competities te vinden, welke past binnen de kaders die overheid en RIVM daarin bepalen voor ons land en die tevens aansluit bij wat UEFA morgen zal adviseren. Die route onderzoeken we omdat elk besluit ingrijpende, ook financiële gevolgen heeft voor alle betaald voetbalorganisaties en hun medewerkers.

De komende periode blijven we als betaald voetbal in overleg met alle betrokkenen in deze, zowel in onze sport als met de overheid, om uiteindelijk gezamenlijk tot de beste beslissingen te kunnen komen.”